Deze pagina biedt ruimte aan iedereen die eigen tekst wil laten lezen: gedicht, lied, brief, dialoog, sprookje, biografisch of verzonnen, een fragment uit een boek dat nooit afkomt of een fictief dagboekblad, alles is welkom.
Voel je je aangesproken of wil je reageren, stuur je tekst of reactie naar post@inhetlabyrint.nl.

april 2026
Onderstaande dierenpost is geschreven door een deelnemer aan het Bommels schrijfatelier (voorjaar 2026).
Beste Cleopatra,
Hoe gaat het met je Cleo?
Ik heb je voor het laatst gezien tijdens het transport naar Nederland, jij kwam vanuit Roemenië en ik uit Griekenland. Bij aankomst op het verzamelpunt in Nederland mochten we een uurtje los en met elkaar spelen en wat was dat fijn! Daar kregen we kiphondenkluifjes, zoooo lekker!
We waren beiden onderweg best wel bang maar ook nieuwsgierig en hoopvol: waar en bij wie zullen we terechtkomen en zijn onze nieuwe baasjes wel oké? We hebben tegen elkaar gezegd: voorlopig eerst die “Kattebel” maar uit de boom kijken.
Cleo, ik heb via de “tamtam” gehoord dat je ook heel goed terecht bent gekomen, net als ik. Dat je onlangs weer verhuisd bent samen met dezelfde baasjes van een vrijstaande villa met rondom een riante tuin naar een appartement 2-hoog zonder tuin. Hmm…, dat zal best even wennen zijn om aan een riem uitgelaten te worden…
Maar ja, Cleopatra, het belangrijkste is veel aandacht en liefde ontvangen maar ook geven aan onze nieuwe baasjes. En dat we veel geluk hebben met elke dag eten en een veilige warme hondenmand…
Zelf heb ik inmiddels in Nederland ook al twee verhuizingen achter de rug, en woon ook nog steeds bij dezelfde baas, ik had het niet beter kunnen treffen…. Moet wel toegeven dat ik in het begin niet de makkelijkste was, heb een paar keer flink de kuierlatten genomen waardoor de hele familie opgetrommeld werd om mij te pakken te krijgen. Zelf had ik het niet zo snel in de gaten dat er een GPS-tracker in mijn halsband zat, voor mij is dat helemaal nieuw….
Maar wat een toestand, je weet ik ben bang voor water en kwam zoveel sloten tegen onderweg dat ik niet meer wist wat ik moest doen…en ohh wat was ik blij dat ze mij weer gevonden hadden….dan weet je pas hoe een echt thuis hebben werkelijk voelt Cleo…
We hebben nu eenmaal beiden een rugzakje. Ja, we hebben nare dingen meegemaakt in ons geboorteland, hadden vaak niets of heel weinig te eten… Ons vertrouwen in mensen was flink beschadigd en langzaam aan herstellen wij en kunnen weer vrolijk en blij zijn.
Je trouwe vrind Rakker
Syl

april 2026
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan het Bommels schrijfatelier (voorjaar 2026).
Treurwilg
Als ik een treurwilg was zou ik
de wind laten huilen in mijn bladeren.
En regendruppels langs mijn takken ongezwind
in het water laten druilen.
En mensen met weemoedige gedachten
die even hun gemoed willen verzachten in mijn schaduw
laten schuilen.
Bea

april 2026
Onderstaande teksten zijn geschreven door deelnemers aan het Bommels schrijfatelier (voorjaar 2026).
Beste Mus,
Hoe gaat het met je?
Regelmatig kom ik langs jouw woning en het viel mij op, dat jouw rolluikje heel vaak dicht zit.
Ik hoop dat je niet ziek bent en als dat wel zo is, zou ik graag even komen buurten… Je weet inmiddels dat ik geen jager ben en heel goed met vogels om kan gaan, dus heb geen angst voor mij…
Ik stel voor dat je mij een briefje terugstuurt of je hiervoor open staat.
Dan neem ik wat kruisspinnen voor je mee als lekkernij en indien het nodig is, regel ik ook thuiszorg voor je want we zijn er toch voor elkaar !?
Hopelijk tot gauw,
groetjes van Kattebel
= = = = = = = = = = = =
Beste Kattebel,
Denk je nou echt dat ik in jouw trucje trap, ik peins er niet over…
Het rolluikje waar jij aan refereert, heb ik juist aan moeten schaffen toen jij in deze omgeving kwam wonen…
Als jij het echt goed met mij voor hebt, stuur ik je hiervoor graag de rekening…
En kruisspinnen, pffff…. je weet niet eens dat ik die beesten totaal niet blief… en ik kan je verzekeren dat mijn rolluikje stevig dicht blijft tijdens jouw omzwervingen. Ga je trucjes maar ergens anders uitproberen ...
Met onvriendelijke groet,
Mus
Syl & Bea
Liefe Juf,
Ik kan al nagten niet slapen en daarom MOET ik u sgrijven. Ik ben u heel dankbaar dat u mij heeft geholpen. Ik word nu niet meer uitgelaggen door de andere schrijvertjes en dat is vet koel. Toen mijn ouders bij u aanklopte voor mijn disleksie vond ik u eerst maar een rare waterjuffer, een auwe tante, als ik heel eerlig ben. Maar u was zo lief en bleek helemaal geen auwe tante te zijn.
Nu word ik wel heel zenuwagtik om te vertellen waarom ik u sgrijf. Zo zenuwagtik dat ik misgien wel weer fout sgrijf. Sorry daarvoor. U bent het mooiste dier ter wereld dat ik ken. Ik zie steeds de zon op uw vluegels schijnen, zo mooi. En u ben zo mooi slank. Ik moet de hele dag aan u denken. Zou u met mij een deet willen? Dat we samen gaan dansen ofzo? U in de lugt en ik op het waater? En dat u mij dan af en toe een kus wil geven.
U leerling,
schrijvertje
Bea
Beste ooievaar,
Hoe gaat het met jou?
Goed hoop ik. Nou, eerlijk gezegd gaat het met mij niet goed.
Ik zal je vertellen waarom. Lang heb ik geaarzeld om deze brief te schrijven, maar ook namens mijn vrouw moet ik je bekennen dat wij ontzettend bang voor je zijn. Ja, zelfs doodsbang! Mijn vrouw nog erger dan ik.
Altijd als ik mijn groene kop boven het kroos uitsteek en de slootkant opspring, sta ik verstijfd van de adrenaline naar adem te happen, want zodra ik op de kant sta, zie ik jouw lange, rode poten en jouw snavel als een dodelijke priem in mijn richting wijzen. Dan tuimel ik van schrik terug in onze sloot en ben de hele dag van slag, omdat ik mijn leven niet wil eindigen in jouw maag. Mijn vrouw durft alleen ’s nachts nog boven water te komen.
Helaas ben ik zelf een bescheiden carnivoor en dat maakt dat mijn verzoek wellicht hypocriet klinkt, toch waag ik het erop om jou het volgende voorstel te doen.
Beste Eiber, zou je alstublieft serieus willen overwegen om vegetariër te worden of… als dat te veel gevraagd is alleen ons van jouw menukaart af te halen? Ik begrijp werkelijk niet wat jij smakelijk vindt aan kikkerbilletjes!
Uit ervaring weet ik dat wormen en naaktslakken een smakelijk alternatief zijn. Bovendien hebben ze als voordeel dat je ze geluidloos kan nuttigen. Er kraait zogezegd geen haan naar. Daarnaast zijn ze een bron van eiwitten en andere belangrijke voedingsstoffen.
Ik zie in spanning uit naar een positieve reactie. Mijn vrouw en ik zullen je eeuwig dankbaar zijn.
Met een oprecht vriendelijke kwaak,
Kikker
P.S. Tip: je kan ook besluiten om zomers in het zuiden te blijven.
Leo van der Laan

april 2026
Maart 2026
De lucht bleef grijs
De zee ademde in en uit
Ze huilde met zoute uithalen
Ik vervrouwde me
En liep koppig nog
Een rondje om je sterfbed
Je volgde me met je ogen
Die alles al hadden gezien
Ik zoek ze in het water
In de hyacinten op het veld
In de vlucht van de kiekendief
In de taal van rouw
In je mand van wilgentenen
Lag je op een bed van rozen
De oven bloeide ervan op
Astrid Salman
Meer lezen? Klik op Astrid.

april 2026
Piet schrijft: Een verdrietige periode in de 40 dagentijd, vanwege een uitwijzingsbeslissing van een vriend in het AZC, Rezan. Hij is 4 weken in hongerstaking en ik bezoek hem regelmatig. Het wordt spannend. Rezan noemt mij een oudere broer en dit schrijven is een bijdrage voor wat ik voor hem betekenen kan.
Menselijke wederkerigheid
Middelburg is een shelter cityen van de four freedom awards.
Veel organisaties hebben een beroep gedaan op Rezan.
Middelburgers zijn als zijn familie geworden.
Piet
Een tekst van Piet gaat meestal vergezeld van een eigen foto, meer van hem lezen en zien?
Klik op Piet.

maart 2026
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan het Bommels schrijfatelier (voorjaar 2026).
op het uitvoerig
kwetteren
volgde de samenwerking
in stilte
takje, voor takje
het broedseizoen was begonnen
Margo

maart 2026
Op de tuintafel
veel heel drukke figuurtjes
stil zit de boeddha
*
Dicht ik op de fiets
merk ik niets van tegenwind
maar regen blijft nat
*
Ik haiku fietsend
tel en trap lettergrepen
tot ik ergens kom
André Schipper
Meer lezen? Klik op André

maart 2026
Onderstaande teksten zijn geschreven door deelnemers aan het Bommels schrijfatelier (voorjaar 2026). We schreven bij en met verzonnen vogels.
Tot op heden waren dit onbekende gevleugelde reizigers
Naam: Tijgerbuikkies
Latijnse naam: Panthera Tigris abdomina
Afkomstig uit: Zuid-Afrika
Kenmerken: 2-talige trekvogel van 50 cm hoog, van het type geluksvogel;
Leefgebied: in de bosrijke gebieden van Zuid-Afrika en eet voornamelijk bessen, insecten en kroepoek
Roep: GRRRR - OEPPOEK
Bijzonderheden:
Het geluid dat het Tijgerbuikkie laat horen, zet zijn leefomgeving op het verkeerde been of poot en daarmee beschermt deze vogel zichzelf bijzonder goed.
Het niet verwachte gromgeluid: ”GRRRR” …. gevolgd door…. “OEPOEK” schept verwarring: is er een rare sijs in de buurt, of is snipverkouden?
Deze reislustige geluksvogels vliegen graag en ver, hebben vakantieverblijven op Bali en begrijpen enigszins de taal. Na aankomst op Bali wordt hun roep duidelijker: ….. “KROEPOEK” en krijgen hun favoriete vakantievoer op een presenteerblaadje door de bediening aangereikt.
Er leven nog enkele 10-tallen van deze geluksvogels in Mali en op Bali, wanneer zij uitsterven zal dit ras worden gearchiveerd onder de noemer: pechvogels.
Syl
Zwarte sterveling
(niger morialis), L 23,4 cm
De zwarte sterveling is een vogel die alleen in Nederland voorkomt.
Er leven kleine kolonies in de buurt van het Zwarte water, Zwartsluis
en Zwartebroek ter Schuur. Ze worden de laatste jaren ook waargenomen
in de buurt van kerken en kerkhoven.
Deze vogel maakt zijn nest in holle knotwilgen, waarin hij ook overwintert.
De kop is zwart met een zwarte kuif in de vorm van een alpinopet.
Ze hebben een rode korte, enigszins kromme snavel en gele ogen. De mannetjes hebben een zwart verenpak afgewisseld met dunne witte strepen en een witte bef.
Het vrouwtje is herkenbaar aan een lang verenpak dat over de grond sleept.
De kleur is zwart met een paarse gloed.
De vrouwtjes leggen gemiddeld 4 eieren in het voorjaar.
Deze zijn zwart met witte stippen.
De vogels hebben zomers een voorkeur voor oud brood en muggen.
Bij gebrek aan voldoende voedsel leven ze op zwart zaad.
Alleen de mannetjes verlaten tijdens de broedtijd het nest
en voeden zowel de vrouwtjes als hun jongen drie keer per dag.
Als enige vogelsoort kennen zij een winterslaap die ingaat met kerst en eindigt op eerste paasdag.
De Zwarte sterveling leeft na het tweede broedseizoen nog slechts een jaar.
Hun natuurlijke vijanden zijn: aasgieren, eksters en exoten zoals de halsbandparkiet.
In strenge winters nemen ze door bevriezing sterk in aantal af.
In het voorjaar wordt dat in de paartijd weer goed gemaakt. Wanneer ze vliegen maken ze een schel, moeilijk te imiteren geluid:
tsjiep hieëp, tsjiep hieëp.
Op zon- en feestdagen klinkt hun roep als een zacht klagelijk en langgerekt aaaach.
Leo van der Laan

maart 2026
Onderstaande briefwisseling is geschreven door deelnemers aan de Schrijfgroep: lieve, beste, geachte (najaar 2025-voorjaar 2026 VUUtrecht). We schreven dierenpost.
Beste ekster in de tuin,
Op de laatste dag van het jaar schrijf ik je deze brief. Je was veel in mijn tuin te zien het
afgelopen jaar en je krijste volop. Ook weet je altijd de lekkerste hapjes te stelen in onze tuin.
Want misschien weet je helemaal niet dat - ik het koolmeesje - in de tuin woon en dat ik jou
vaak zie als ongewenste gast in mijn tuin. Je bent voor mij een indringer. Maar misschien zie
je mijn tuin ook wel als jouw tuin. En denk je er helemaal niet over na want mijn tuin behoort
ook tot jouw habitat. En is jouw wereld misschien wel groter dan mijn wereld. En is mijn
wereld dus ook jouw wereld. Kortom we hebben allebei een andere blik op de wereld. We
moeten elkaar misschien maar voor lief nemen omdat we allebei in deze wereld leven. En
van wie is nu uiteindelijk de wereld? Vind je ook dat we samen in vrede naast elkaar moeten
kunnen leven? Of ben je meer een aanhanger van het feit dat jij je eigen territorium moet
verdedigen en het liefst ook moet uitbreiden? Ik ben wel benieuwd hoe jij in deze kwestie
staat. Ik ben in ieder geval niet van plan te vertrekken uit mijn tuin en ik laat mij ook niet
overheersen door jou hoor grote ekster. Het is maar dat je het weet.
Groetjes van het koolmeesje
22 januari 2026
Beste Koolmeesje,
Het heeft even geduurd voordat ik je brief kon beantwoorden. Als ekster heb je het nu
eenmaal erg druk vandaag de dag, er speelt zoveel in onze tuin. Jij schrijft nogal wat over mij
in je brief zeg. Ik houd nu eenmaal van lekker schreeuwen, glimmende dingen pikken en
hapjes stelen. Dan ben je de baas in de tuinen of zelfs de wereld. Maar ik lees dat jij dat niet
zo leuk vindt. Je wilt ook niet vertrekken uit de tuin. Nou dat hoeft voor mij helemaal niet
hoor, als je maar luistert naar mijn geschreeuw en me voorziet van lekkere hapjes. Mijn blik
op de wereld is nu eenmaal dat wie het hardst schreeuwt, de meeste aandacht krijgt en
daardoor soms zijn zin. Natuurlijk weet ik diep in mijn vogelhart ook wel dat dit niet fijn is
voor de andere vogels in de tuin, maar daar zit ik niet zo mee. Dus blijf lekker in je tuin en
trek je gewoon niet zoveel van me aan…….of je moet met de andere vogels verzamelen om
me weg te krijgen. Ik denk alleen dat dat niet gaat lukken! Het is maar dat je het weet.
Groeten van de ekster

maart 2026
mooi landschap waarin ik schrijf
tussen de bomen
uitgestrekt wit
ijzige wind wuift door dor riet
langs bevroren sloten
ik trek aan langzame woorden
onzichtbare
onuitspreekbare
niet gezegde woorden
voorzichtig
anders breken ze
val ik achterover
in het wak
©emilie fijan
Meer lezen? Klik op Emilie.

februari 2026
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Winter-dagboek, mijmer-schrijfideeën bij gedichten. De afbeelding is werk van Wessel Huisman: The light that is, 2021.

Licht geeft
In het broze
Chaotische
Heden
Troost!
Joke van Zwol

februari 2026
Onderstaande afbeelding en tekst is gemaakt door een deelnemer aan de online thuisworkshop Winter-dagboek, mijmer-schrijfideeën bij gedichten.
OUD en NIEUW
Ik ben opgegroeid in Amsterdam, Slotervaart.
Dat was toen een gloednieuwe Nieuwbouw wijk. Met veel jonge gezinnen met kinderen. Met Oud en Nieuw had iedereen zijn keukenraam open, want iedereen was aan het oliebollen en appelflappen bakken…. Je kon de hele straat aflopen in een oliebollenwalm.
En aan het eind van de straat stond een oliebollenkraam (van de Reumastichting).
Daar haalden wij dan een zakje oliebollen. Mijn moeders culinaire gaven gingen niet verder dan appelflappen bakken.
Reumabollen noemden wij onze oliebollen altijd.
Maar er waren ook buurvrouwen die ze per emmer vol bakten. Daar konden we ook altijd van mee-eten. In het Amsterdam van die eeuw werden buurvrouwen al snel tante genoemd…
Iedereen leefde nog wat meer op elkaars lip en bemoeide zich intensief met elkaars kinderen. We keken naar de tv bij de buren, we zaten allemaal bij elkaar op school.
We schaatsten allemaal op dezelfde vaart, daar in Slotervaart.
Annemarie 't Hoen

februari 2026
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Winter-dagboek, mijmer-schrijfideeën bij gedichten.
Heksenlied
Wacht buizerd, ik wil mee zweven
hoog boven de kale velden,
samen verdwijnen achter de horizon
Wacht buizerd, ik wil mee in je cirkels
rond en rond boven het riet langs
de rimpelloze vijver, kijk de reiger
Wacht buizerd, zullen we roerloos
blijven hangen, daar gaat de reiger
duizelingwekkend onze duikvlucht
ik land zacht naast je op de aarde
wijze heksen zingen over wachten
in de winter tot de lente komt
Maria Pinxter
23 jan 2026

februari 2026
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Winter-dagboek, mijmer-schrijfideeën bij gedichten.
Let it snow
Vandaag is het Driekoningen. Tijd om
de kerstversieringen op te ruimen. Het
is dit jaar buitengewoon aan het
sneeuwen gegaan; er is wel 20 cm
sneeuw gevallen die het leven al
met al flink ontregelt. In huis is nu gelukkig
genoeg te doen.
De beurt is aan de guirlande, waaraan
met kerstige knijpertjes de kaarten met
alle goede en lieve wensen zijn
opgehangen. Eén voor één gaan ze nog
eens door mijn handen. Dan zie ik een
kaart die me zo'n drie weken geleden
waarschijnlijk niet meer dan
een glimlachje ontlokte: haha, iemand
wenste 'Let It Snow'…
Anneke van Schaik
Meer lezen? Klik op Anneke.

januari 2026
De tuinman en de keizerin
Nukkig laat ze knoppen vallen
als kou haar ’s nachts bekruipt,
gekrenkt krult ze bladeren
bij elke luis die haar besluipt.
Kijk toch hoe rijk haar bloemenkroon,
als niets haar bloei verstoort.
De tuinman knielt en kust
de grond waarop haar troon
zij kijkt omhoog en zingt
haar eigen aria: prachtige,
hooghartige Camelia.
Henny van Boxtel
Meer lezen? Klik op Henny.

januari 2026
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Winter-dagboek, mijmer-schrijfideeën bij gedichten.
Tussen oud en nieuw
De wereld is weer uiteen gevallen,
in zwart en wit, geen overgangsgebied.
Herkenningspunten uitgewist, bakens weggevaagd.
De merel zingt een eenzaam liefdeslied.
Landschap van vrije val of kinderuitzinnigheid,
waarin ik opnieuw moest leren lopen,
op de tast, niet langer op mijn ogen.
Mijn voetstap knerpt,
het krassen van een vogel in de struiken.
Geluid gedraagt zich hier besmuikt.
Voetje voor voetje aan mijn vaders arm
door avondduister, besneeuwde grond
een bleekblauw licht.
Opnieuw schuifel ik, centimeter voor centimeter,
door tijd die maar niet wijkt, schoorvoetend,
tastend naar gestold verdriet dat zich weer wreekt.
Ergens achter de horizon nieuw licht.
Ik zie het niet,
maar de herinnering aan mijn vaders arm,
die steun biedt, moed inspreekt.
Inez Risseeuw

januari 2026
Onderstaand gedicht-bij-afbeelding komt uit de fotoreportage De wondere wereld van traktatiezakjes, waarin Simone de Bruijn zich verwondert over deze tasjes voor kinderen in alle vormen, kleuren en soorten. Tegelijk stelt ze het probleem ervan aan de kaak: Veel van deze zakjes zijn vandaag de dag nog steeds plastic. Veel zijn ook gemaakt van papier. Alle goede bedoelingen ten spijt, ook deze papieren zakjes onderstrepen de wegwerpindustrie.
De hele reportage bekijken? Klik op Simone.
Tot 14 februari 2026 kun je de reportage bekijken in Volksuniversiteit Utrecht ( boven de kapstokken), daarna in bibliotheek Hoograven.


januari 2026
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Seizoenschrijven: herfst.
GOOTLOT
het late licht valt
stil op bladerloze bomen
beroofd van kleur, kleumend
in de koude wind
een regen van bladeren
daalde neer, zoeken elkaar nu
op, spelen rugby, maken slidings
leggen de loper uit, op daken
op paden, op heggen, op hoofden
gaan zich te buiten, spannen samen
in een zwevend luchttheater
ongebonden, eindelijk vrij
toch komt aan het kleurrijk
bestaan een eind, geel, groen
bruin of rood, uiteindelijk
wacht, onverbiddelijk, de goot
Elma Kuster

januari 2026
Onderstaande haiku(-achtigen) zijn geschreven door deelnemers aan de Schrijfgroep: lieve, beste, geachte (najaar 2025-voorjaar 2026 VUUtrecht). We schreven aan en voor het nieuwe jaar.
Herinneringen
Vele jaren gaan
|
Genieten van tijd
Koers en bestemming
Mariëtte |
je verhaal schrijven
* * *
duwtje over de rand
Marjo
|
Streepjes, volgens Faye
* * *
75
José
|
Wens voor volgend jaar
Hanneke |
nieuw jaar, welkom weer
* * *
|
|

december 2025
Onderstaand tekst is geschreven door een deelnemer aan het Bommels schrijfatelier (najaar 2025). Ter begeleiding schrijft zij: Dag en nacht zat mijn moeder achter haar orgel, zo noemde zij haar naaimachine en kon daarmee lezen en schrijven: de bron van mijn overvolle kledingkast.
Mijn kledingkast
Elk seizoen
een spannend gebeuren
voor het donkergroene fluwelen jurkje en
het zonnige overgooiertje
met felle kleuren …
Ieder half jaar
worden zij argwanend bekeken
gewassen, gestoomd en gepast …
het vonnis: buren, kringloop of emigratie
of mogen we nog even blijven hangen
in deze propvolle kledingkast?
Wie van ons beiden
heeft de meeste kans
op overleven?
Dat bepaalt het weer
of de jurkjes nog passen
zegt het favoriete katoentje
misschien komende Kerst
kan jij aan
warm behaaglijk groentje!
Zo niet,
dan is het helaas
met jou gedaan
het groene fluwelen jurkje
schat haar kans groot
en omarmt
liefdevol
het zomerse katoentje …
Syl

december 2025
Onderstaande tekstfragmenten zijn geschreven door deelnemers aan de Schrijfgroep: lieve, beste, geachte (najaar 2025-voorjaar 2026 VUUtrecht). We schreven brieven aan een vroegere versie van onszelf.
Lieve Hannie, Hanneke, 1967
Waarom werd je toch Hanneke?
Ik weet het wel…, Guus zei dat en het klonk veel leuker dan het saaie Hannie.
Maar je bleef toch ook Hannie, je bleef allebei. Kiezen hoefde niet, ’t kon prima naast elkaar. Ieder noemde je zoals hij of zij dat leuk vond.
Net als dat jij uiteindelijk voor pedagogiek (geloof en Langeveld) koos, en voor de UVSV, Politeia en de NCSV en naar Oost-Duitsland ging (met geheime Bijbels en nylons mee) en mee het universiteitsgebouw bezetten.
De wereld was mooi en niet altijd eerlijk; Martin Luther King vertelde het ook en jij ging meedoen dat te verbeteren (tegen veel mensen in, ook thuis). Jij met je avondjurkjes, kettingen en mandje! Links als een kraai, heel gelovig met de bevrijdingstheologie, dat kon heel goed samengaan.
Hanneke
Wij kunnen geen handstand maken. We kennen allebei de gymleraar die aan je benen staat te hijsen terwijl je door je polsen zakt. Ik vraag me af of deze herinnering zo veel jaren bewaard is gebleven omdat ze scheert langs het randje van het betamelijke of omdat het een eerste kennismaking is met het fenomeen ‘onbegonnen werk’. Als het voor jou anders is en dat vermoed ik, ben jij de enige die daar helderheid over kan verschaffen.
Het gaat zo: Jij zet je handen voor het klimrek op de grond en gooit één, twee benen de lucht in. Onmiddellijk zitten zijn handen klemvast rond je enkels. Je hangt in de lucht, je haar voor je gezicht, je gymbroek ondersteboven, je benen slap. Je shirt zakt naar beneden en je voelt een tochtvlaag langs je blote buik. Je maakt jezelf loodzwaar, zodat de leraar begint te hijgen van inspanning en tenslotte met een kreet moet loslaten. Er vouwt zich vanzelf een knik in je taille en je komt in een slordige hoop op de vloer terecht. De rood aangelopen leraar beent woedend weg. Wat er in jou omgaat, kan ik me niet herinneren. Het geheugen kan beeld, geluid, geur en zelfs de positie van het lichaam redelijk solide opslaan maar het gevoel en het oordeel krijgen geen vaste vorm. Die zijn vloeibaar en veranderen onophoudelijk. Wat we nu nog gemeen hebben is het feit dat we geen handstand kunnen maken.
Marjo
Lieve Jet,
Als vijftienjarige ga je op zeil- en skischool de Kaag lesgeven. Hier heb je het zelf ook echt geleerd, na vele jaren oefenen met je vader. Je vindt dat spannend en vraagt je af of je dat kan. Anderen om je heen zien altijd meer in jouw capaciteiten en denken zeker dat je dat kan. Je zult er jaren lesgeven en veel plezier hebben met alle instructeurs. Eerst aan de bar wat drinken en dan door naar de Bonte Koe op het eiland om de rest van de avond te dansen. Gouden jaren.
Je ervaren zelf
Om meer fragementen uit brieven aan 'een jeugdig ik' te lezen, scroll je iets naar beneden.

december 2025
Onderstaande tekstfragmenten zijn geschreven door deelnemers aan de Schrijfgroep: lieve, beste, geachte (najaar 2025-voorjaar 2026 VUUtrecht). We schreven brieven aan een vroegere versie van onszelf.
Eén boek blaast je in die tijd omver: ‘De tweede sekse’ van Simone de Beauvoir, omdat het een feest van herkenning en erkenning is. Al die ideeën die je hebt over mannen en vrouwen, over rolpatronen en het belang om zelfstandig te blijven, worden niet alleen gedeeld, maar ook nog eens ontzettend helder verwoord door deze vrouw. Het opent de deur naar een enorme hoeveelheid feministische literatuur.
En omdat je een 'alleslezer’ wordt, zul je ook gaan genieten van gewone lichtere kost, populaire boeken, thrillers en romantische verhalen.
Lief meisje, ik kan je nu al wel vertellen dat boeken je je hele leven zullen vergezellen, dat ze je in donkere tijden troost zullen geven, dat ze je wijzer en empathischer zullen maken, maar dat ze je bovenal enorm veel plezier zullen verschaffen je hele leven lang.
Lia
Lieve Ilona,
Een meisje van 4 of 5 jaar. Met bus 18 naar het Sportfondsenbad in de Jan Evertsenstraat om naar zwemles te gaan. Daarna door naar oma Amsterdam zoals je haar altijd noemde. Weer met de bus, om je hals een briefje met de halte waar je uit moest stappen, dat liet je aan de buschauffeur zien. Je was eigenlijk veel te klein maar het ging altijd goed. Op de hoek van de straat waar oma woonde, stond in mei de gouden regen in bloei. En je wist oma is bijna jarig.
Iedere januari hoorde oma mij roepen: 'Nog 6 weken en dan ben ik jarig'! Een week later 5, weer een week later 4.
Mevrouw Japin, die oma belde dat er een cake in de oven stond en dat ik de beslagkom uit mocht likken.
Met oma naar de visboer om aal te halen, naar de banketbakker voor een gebakje. Oma kreeg er een extra doosje bij dat je thuis met haarspeldjes op je hoofd zette als verpleegster in de dop, want dat wilde je later worden.
Ilona
Lief Wilhelminaatje,
Flauw hè, om hier gelijk over je doopnaam te beginnen. Je was daar niet blij mee. Een vernoeming naar de koningin-moeder, je hebt het nooit begrepen. Jou is enkel uitgelegd waarom je niet vernoemd werd naar een van je grootouders, zoals bij je twee broers en zus gebeurde. De oma die daarvoor nog in aanmerking kwam was Naantje, voluit Adriana. Je moeder was bang dat ‘Naantje’ op school weldra zou leiden tot ‘Banaantje’ en voorzag hiermee een hel van een schooltijd. Àdrie vond ze geen mooie naam en dus werd het Helma, afgeleid van Wilhelmina. Daar moest je het mee doen. Achteraf zal je zeggen ‘er zijn ergere dingen’, maar zo’n naam bepaalt toch voor een groot deel je identiteit. Vooral in combinatie met je achternaam, in jouw geval ‘van Dorst’.
Het geboortedorp van je vader, zo’n 5 kilometer bij je woonplaats Breda vandaan, had nu niet bepaald een flitsend imago.
Helma
Het voorjaar is net begonnen. Nee, warm is het nog niet. Zeker niet om 07.00 uur. Daar ga je. Jij bent mij. Op onze fiets door de polder. Overvecht bestond nog niet. Mama fietst naast je, met ons zusje achterop. Op weg naar zwemles. Weilanden en daarna Fort Ruigenhoek. ‘Kom Fien nog even doorfietsen. We zijn er bijna.’ Het nieuwe zwemseizoen is begonnen. Het water is 15 graden. Warm genoeg om te leren zwemmen. Maar jij vindt van niet. Je staat te bibberen langs de kant. De zwemslagen zijn al eerder geoefend op de zitting van een kruk en het pierenbadje van 1 meter diep mag je ook achter je laten. Samen met het plankje en de kurk. Het is tijd voor het halfgevorderde bad. Diep maar niet heel diep. Je krijgt een touw om je middel. De badmeester, ome Jan, wil dat je springt. Je staat nog steeds bibberend langs de kant. Je moeder moedigt je aan. Ome Jan wordt ongeduldig. Het duurt hem te lang. Als je even niet oplet, krijg je een duw en beland je in het halfgevorderde. Hoestend, proestend en boos kom je boven. Wat een rot streek. Je wil er meteen uit maar dat mag natuurlijk niet. Zwemmen, nu! hoor ik ome Jan tegen je roepen. Ja, je haalt een paar maanden later het ‘kikkertje’. Zwemt de vereiste meters in het fort, trappelt water en springt van de steiger maar die duw zal je nooit meer vergeten.
José

november 2025
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Seizoenschrijven: herfst.
Omslag
Ben nog niet toe aan kaal
wil nog geen pompoenen rapen,
champignonsoep maken, struiken snoeien
schoppen in gevallen bladeren
laarzen en regenjas aan.
Vergeef me, ik wil kijken
naar de bloei van meisjesogen
in de vaas nog dahlia’s,
knalrood, diep roze
ogen dicht voor bruine kartelranden
volle zon op mijn gezicht.
Maar toch, een wolk van lijsters landt
in de kraalboom met oranje bessen
veren schitteren in het late licht
wiegend op de nu kale takken
vliegen zij, luid kwetterend
na hun maaltijd op.
Ik ga kastanjes zoeken in het bos
voorzichtig glijden over nat blad
met mijn handen woelen in vochtig mos
de grauwe ganzen zien vertrekken
kruiden drogen, appeltaart bakken
en langzaam zakken in winterrust.
Maria Pinxter

november 2025
Onderstaand tekst is geschreven door een deelnemer aan het Bommels schrijfatelier (najaar 2025).
De geschiedenis herhaalt zich
Het waren de jaren '60, de basisschool heette nog lagere school en ik was een kind. Ik herinner me het gevoel van opluchting als de bel ging, de schooldag was ten einde, en met mij renden de kinderen het schoolplein af: we gingen spelen!
We hadden er de hele dag op gewacht!
Thuis aangekomen lagen de speelkleren al klaar, dat was een voorgeschreven wet van mijn moeder, de oude kleren gingen aan, de nette moesten netjes blijven, voor school en zondag.
We groeiden op met een sensitiviteit voor zuinig zijn op de spullen, in dit geval kleding. De echte reikwijdte ervan kenden we nog niet, het ging ons enkel om het spelen. Opgroeiend op een boerderij was daar ruimte genoeg voor: van graankisten maakten we huizen voor ‘vadertje-en-moedertje-spelen’, de zolder werd een geheime plek, de schuren boden een diversiteit aan verstopplekjes en de boomgaard was een gevaarlijk crossterrein. In onze speelkleren konden we ons vrij bewegen: klimmen, klauteren en bouwen naar hartenlust.
Zestig jaar later betrap ik me erop dat als ik thuiskom van weggeweest te zijn, bijna het eerste is wat ik doe, mijn speciaal voor die gelegenheid gekozen kleding om te wisselen voor een huispak. Hierin beweeg ik me simpelweg makkelijker, spontaner en ik ben er minder op bedacht dat het netjes moet blijven.
Mijn moeder schreef in mijn kindertijd de regels voor, bij haar was sprake van zuinigheid. Geldt dat voor mij nu nog, vraag ik me af? Met zorg omgaan met spullen, en daar valt kleding ook onder, is me dankzij mijn opvoeding niet vreemd. Maar is dat de belangrijkste onderliggende reden? Nee, de speelkleding toentertijd en het huidige huispak hebben een belangrijke overeenkomst: kleding draagt bij aan het doel en dat was vroeger en dat is nu: vrij bewegen!
Margo

november 2025
Novemberen
Ruim neem je
De engte
Het wilde water
Duet op de horizon
Kalme dageraad
Uit kuilend bed
Modderend aan
Een schrale streek
In de taal van de klok
Klinkt het afschieten
Geweren in aanslag
Tussen koolresten
Grauwe ganzen
Met vleugels van zout
Je ziet ze trekken
In V langszij
Een haal over je
Been dat kort lijdt
Een wang op je kus
Ontmoet
De schrale winter
Tussen lippen van boter
Pak je me mee
Ik schrijf
Dat overwinning
Novembert
In Juli
Het antwoord
Astrid Salman
Meer lezen? Klik op Astrid

november 2025
Onderstaand tekst is geschreven door een deelnemer aan de Schrijfgroep: lieve, beste, geachte (najaar 2025-voorjaar 2026 VUUtrecht). We schreven berichten aan of over mist en regen.
Geachte regen, of zal ik zeggen lieve regen,
Er zijn talloze liedjes over jou geschreven. "Zachtjes tikt de regen op het zolderraam," zong Rob de Nijs, en wie kent niet “Raindrops keep falling on my head”, uit Butch Cassidy en the Sundance Kid.
Soms kom je ook zachtjes, bijna onhoorbaar in een zomernacht. Zeer gewenst, na dagen van hitte. 's Morgens vroeg hangt de geur van aarde in de lucht, en lijkt alles weer te ademen. Jij, regen bent dan een zegen, een verademing.
Maar ik weet al heel lang dat jij ook een andere kant hebt. Ik was acht jaar en op vakantie, in Kaprun. Het was een prachtige zomerdag, geen wolkje aan de lucht. Ineens hoorde ik een dreun en een donderend geraas. In korte tijd zorgde jij voor een lawine van stenen die alles meenam wat op haar pad lag. Op de parkeerplaats beneden lag onze auto bedolven onder metershoog puin. De lucht rook naar steen, modder en angst. Sindsdien weet ik dat jij niet alleen geeft, maar ook neemt.
Tientallen jaren later, 2021, was jij opnieuw meedogenloos. In het Ahrdal in de Duitse Eifel kwam je met kracht en zonder genade. Je nam huizen, mensen, dieren, herinneringen. De lucht rook naar steen, modder, angst en verslagenheid.
Een paar weken geleden, eind september, spetterden jouw druppels op het raam van de bus waar ik in zat. Naast ons reed een vrachtwagen vol varkens, op weg naar de vleesproducten fabriek. De roze huid van de varkens glom door de open kieren. Ik vroeg me af of ze jou ooit gevoeld hadden, of ze wisten hoe het is als jij op hun huid valt, koel en fris. Waarschijnlijk niet.
Ik kan nog wel bladzijden vol aan je schrijven, maar doe dat niet. Jij laat zien dat niets blijft zoals het is. Droogte eindigt, maar soms weet je van geen ophouden. Zal je in de toekomst vaker komen, of juist verdwijnen? We kunnen veel voorspellen maar jou nooit helemaal
Eén ding weet ik zeker: als jij komt, kan ik de was niet buiten hangen.
Tot gauw!
Groetjes,
Ilona Dekker

november 2025
Als ik een boom was zou ik een treurwilg willen zijn.
Met mijn lange takken zou ik zwieren en zwaaien, vlak boven het water. Me koesteren in de zon en willen roepen: zweef en zwier als de tijd daar is.
Als de wind niet waait, zouden mijn bladeren hangen naar beneden in stille wacht. Ingekeerd, in rust en vrede en willen zeggen: neem de tijd, voor alles staat een tijd…
En altijd zou ik gerust zijn en weten hoe diep mijn wortels in de waterkant verankerd zijn. Mijn stam breed en stevig.
Niets blaast mij omver.
Helinda Rijnbout

november 2025
Onderstaand beeld & gedicht is van Harmen Grootendorst.

Meer werk van Harmen zien? Klik op Harmen.

oktober 2025
Vraaggedicht
Hoe
kom ik
weer
de dag
door
zonder uitzicht
op
ja, op wat?
Als
het nou
eens
gewoon
genoeg is
om genoeglijk
op de bank
te zitten
onder een
elektrische
deken
met een boek,
de tv.
Of met jou?
Mart Damen
Meer lezen? Klik op Mart.

oktober 2025
Onderstaande teksten zijn geschreven door deelnemers aan de Schrijfgroep: lieve, beste, geachte (najaar 2025-voorjaar 2026 VUUtrecht). Het zijn (fragmenten uit) brieven aan Sholeh Rezazadeh over eigen taalervaringen in antwoord op haar boekenweek-gedicht in welke taal zal ik je woorden geven. Klik op Rezazadeh om het gedicht te lezen en haar te zien.
Dank je wel voor je prachtige boekenweekgedicht. Ik lees het bijna elke dag een keer en steeds is het weer anders. Interpreteer ik het anders. Soms plak ik je regels op andere mensen. Op een groep boze jongeren die ik tegenkwam op een wandeling bijvoorbeeld. Ze stootten klanken uit en keken er dreigend bij. Gaan we elkaar ooit weer verstaan, denk ik dan? Met welke blik? Misschien proberen zij ons ook wel iets uit te leggen, laag na laag terwijl wij slechts hun schaduwen herkennen. Wederzijdse stotterwoorden.
Op een dag krijg ik een bericht van mijn schoondochter, de moeder van Faye. Het is oktober. Bericht uit groep 3 van haar juf. Faye heeft haar eerste leestoetsje gehad. Ze kan de woorden goed hakken, maar bij het plakken slaat ze regelmatig één of meerdere letters over.
Ken je dat? Hakken en plakken? Je breekt het woord in stukjes en plakt ze dan weer aan elkaar. Faye vindt het moeilijk maar heeft het nodig om te leren lezen zodat zij ons kan verstaan en we elkaar kunnen omarmen. Maar ook om net als jij, de taal van bomen, wolken, treinen en seconden te leren. Op haar eigen manier in een land zonder bergen. Hakken en plakken. Zulke lelijke woorden. Hakken en plakken. Hoe zou jij dat noemen?
José
Meer dan in het gesproken woord van elke taal, voel ik me thuis op papier. Het liefst gelinieerd.
De geschreven taal is mijn moedertaal. Ik voel me thuis in een brief, een gedicht of in zomaar wat zinnetjes uit de losse pols. In een waargebeurd verhaal dat raakt, of een dagboek met een slot.
In boodschappen- en vakantielijstjes, liedjesteksten of een prachtig citaat dat ik overschrijf uit een boek. In beelden zelfs, die zonder woorden vertellen wat er te zeggen valt. Op papier kan ik de tijd nemen, mijn gedachten de vrije loop laten, dromen, fantaseren, doorkrassen en opnieuw beginnen. Het papier is geduldig met mij, zelfs nog wanneer mijn linkerhand keer op keer woorden verminkt tot onleesbare zinnen.
Helma
Het is enorm knap hoe u in het Nederlands schrijft en dicht, een taal die u
pas later hebt geleerd. Bij u lijkt het natuurlijk te gaan alsof de Nederlandse taal u altijd al heeft toebehoort.
Zelf houd ik erg van taal. Op de middelbare school was ik goed in Frans en Duits. Ik kan deze talen goed verstaan en redelijk spreken, maar vaak durf ik het niet. Angst om fouten of kromme zinnen te maken.
Een paar jaar geleden kreeg ik een ongeluk in Duitsland, en kwam ik in het ziekenhuis terecht. Zonder erbij na te denken sprak ik ineens vloeiend Duits, ik kon precies uitleggen wat er aan de hand was. De woorden kwamen als vanzelf, wonderbaarlijk niet? Ik denk dat taal niet alleen in je hoofd zit, maar ook in herinneringen. Sommige woorden of zinnen kun je niet goed vertalen, ze verliezen, iets dat u vast ook wel kent in uw eigen taal.
Ilona

oktober 2025
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Seizoenschrijven: zomer.
De aarde heeft vannacht gedronken
Wolken drijven loom boven
bedden vol oranje, rood en geel
aan korte, rechte en gebogen stelen,
de zon maakt glitters op ‘t natte groen.
Stevig geplant in hoge laarzen
staat ze, kin omhoog, ogen gesloten
armen vol zomerkleuren
glimlach om de mond.
De aarde heeft vannacht gedronken.
Maria Pinxter

september 2025
Onderstaande teksten zijn geschreven door deelnemers aan het Schrijfcafé (augustus 2025 VUUtrecht). We schreven met en bij (verzonnen) dieren.
Vogels op een plaatje van de juf
Vogels zonder naam die ik niet ken…de naam moet ik zoeken, zegt de juf…
Elke vogel heeft toch een naam, dus ga ik hem zoeken en misschien geef ik hem straks een naam die IK mooi vind.
Eerst maar eens kijken naar de prachtige vleugels met hun witte uiteinde. Het lijkt wel of het erin getekend is. Net zoals de mooie witte hals met zijn ketting van zwarte kraaltjes afgezet. Wie heeft die er zo mooi ingezet? Hun tapijt van veren gaat over van licht bruin naar iets donkere kleur bruin. De snavel is gesloten en ook die van zijn maatje die iets verderop staat.
Ze hebben zeker niets te vertellen en staan met hun zwart gebogen pootjes klaar om weg te vliegen van de rotsen. Ze genieten nog even van het edelweiss struikje en de paarse bloemetjes erboven.
Het is er muisstil alleen de wind maakt er nog een feestje van en blaast zacht ..whoe..whoe..
En dan…ze vliegen weg en zwaai ik ze uit ik weet niet of ik ze weer zie… De naam heb ik gevonden, moest even zoeken, maar ik heb het...
Het zijn gewoon mijn …alpenvriendjes…die daar op de rotsen staan met de hoge bergen op de achtergrond. Misschien moet ik ook naar die hoge berg en wie weet vind ik mijn vriendjes daar terug met hun kleine kraaloogjes.
De omlijsting van de schoonheid.
Els

Japanse Sneeuwkijker
Nihon no yuki byῦa
Volksvogelwijsheid: Bezint eer gij erin vliegt.
Herkomst: Japan
De Japanse Sneeuwkijker beziet zijn omgeving vanuit zijn veilige observatieplek in het riet en komt alleen in actie als hij of zij dat nodig vindt. Met de pluisjes van de rietsigaar bekleedt het manetje het nest als het vrouwtje een ei gaat leggen. Het vrouwtje is groter dan het mannetje en heeft een wit kopje om zch te kunnen verschuilen in de sneeuw of pluisjes. Een eigen-wijze observant in het riet met een scherpte blik op de omgeving.
Verenkleed: bruin-wit met fijne zwarte strepen
Wat eten ze: zaden en rietpluimpluisjes om de maag te kalmeren
Habitat: riet, moeras, Japan, Kamtjatska
Lummieke
Als ik een ijsvogel was
zou ik kunnen vliegen
op de meest geheime plekken van de stad
niemand zou me zien
niemand zou geloven dat ik er was geweest
Emma
Als ik een zeemeermin was wist ik wel dat ik niet naar boven wilde.
Dat ik de haai gedag zou zeggen, de stekelbaars aaien.
Mijn staart rustig zou bewegen, genieten van kleurig koraal.
Gewichtloos en niet anders dan gelukkig zou zijn.
Helinda
De pierenwaaien
Hier zie je de man- en vrouw vogel van het geslacht der pierenwaaien. Zoals je kunt zien zijn dit kleurrijke vogels met een levendige inslag. Van oorsprong komen ze uit Rusland. In de 17de eeuw zijn ze met zeelui meegekomen naar Europa. In Rusland werden ze Piruju genoemd. Door de jaren heen hebben ze zich goed aangepast aan de omstandigheden hier. Overdag zijn de pierenwaaiers uitermate sloom, maar zodra de maan opkomt gaan ze op stap. Ze zoeken elkaar op tijdens het eten en gaan met elkaar aan de zwier. Ze leven over het algemeen een ongebonden en liederlijk leven.
Frederike
Distelvlinder en klimaatverandering,
mens en dier op de vlucht
Er is te veel veel
Ilona
Bonte Kroet
(Muscicapa Atricapilla)
Vriendelijke, geenszins schuwe vogel die graag in de buurt van mensen is. De Bonte Kroet is een gezellige babbelaar. De roep is een aanhoudend koeroet, koeroet. De klank gaat aan het eind wat omhoog. De vrouwelijke Bonte Kroet antwoordt met een kort fluitend oetsji oetsji.
De roep van de juveniele Bonte Kroet is ietwat eentonig en bestaat uit korte hoge tokkelende klanken als van een banjo.
De Bonte Kroet foerageert in heggen en struiken en is dol op alles wat mensen achterlaten op picknicktafels en terrassen. Ook eet hij graag uit de hand. NB! Merkwaardig genoeg laat hij potten met vogelpindakaas links liggen.
De Bonte Kroet is nauw verwant aan de door vogelaar T. Hermans in 1980 eenmaal waargenomen uiterst zeldzame tropische Kroet. Net als deze Kroet ruist ook de Bonte Kroet gaarne door het struikgewas.
Volkswijsheid
Als tijdens het minnespel
de Kroet van zich laat horen
wordt u een spikkelkind geboren
Anneke

juli 2025
Onderstaande teksten zijn geschreven door deelnemers aan het Schrijfcafé (zomerworkshop 2025 VUUtrecht). Er werd geschreven met kleding en kleur.
Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet
Het blauw
Het bruin
Het rood
Het goudgroen
Het grijs
Ik zie, ik zie,
Simone |
met liefde en aandacht gemaakt
joke |
|
Eén dag ben ik gedragen,
het was er een van glorie en geluk.
Huppelend bewoog ik in een lange rij
van collega’s met eenzelfde snit.
De tedere handen van Thera hebben mij vorm gegeven,
mijn kanten lijfje nauw sluitend om de magere meisjesborst,
mijn rok van knisperende tule opbollend boven de knokige knietjes,
bijeengehouden door knoopjes van kostbaar parelmoer.
Ik beleefde enkele uren van ingetogen plezier en gekoesterde tradities.
Snel daarna werd ik aan een haakje gehangen,
bruut ingeruild voor een oude broek
en viel mijn communicantje juichend en joelend in de oude sloot.
Marjolein Hillege
Mijn gelijkvormige ramen
Mijn rode schoorsteen trots aan mijn zij
De nieuwste en grootste
Over honderd jaar niet meer van nu
Emma |
|
Afgedankt
Hier hang ik, vergane glorie,
Wie kan mij nog bewonderen
Ik ben ingeruild, voor een strakke spijkerbroek
Hier hang ik, afgedankt
Ingrid |
Tweedehandsje
Gevouwen rond een kleuter,
Het duizelt mij, ze schommelt
We vallen op het gras en laten groene
M.
|
Van dood naar leven
Wij zitten in een klein zakje, heel verschillend van vorm,
het is donker en we zijn klein en dood,
Maar dan worden we in aarde gestopt,
en krijgen we water.
Ons korreltje springt open en we worden groter,
we groeien naar boven, naar het licht.
En dan komen we boven de grond,
we worden groter en gaan groeien.
Totdat we bloeien, de een groter dan de ander,
in alle vormen en kleuren en geuren.
De bijen en vlinders komen bij ons eten.
heb je wel eens goed naar ons gekeken?
Hoe we in details uitgewerkt zijn,
wij zijn een wonder van God.
Eerst waren we dood en nu levend,
wij zijn een creatie van Gods scheppingswerk.
Antoinette de Bruijn

juni 2025
Onderstaand gedicht is geschreven door een deelnemer aan de online thuisworkshop Seizoenschrijven: lente.
Ik heb je gemist
De kou, het schrale en het grijze van de dagen
verdichten mijn denken en korten mijn zinnen
tot kaal gesnoeide woorden.
Weemoed blijft hangen in de stilte.
Een boom, mos en schimmel op zijn takken,
ontwaakt uit zijn winterroes, geeft
tere appelbloesem in je voorjaarslicht.
Een zachte wind waait door mijn gedachten.
Seringensneeuw ligt geurend op het pad,
zonder jas zwerf ik door het bos,
Turkse tortels maken elkaar het hof,
spechten roffelen nieuwe woorden.
Ritselend nestelen meerkoeten in het riet
trouw aan het ritme van de seizoenen
ben je gekomen lente, blijf je
tot het licht op de langste dag?
Maria Pinxter
25 juni 2025

mei 2025
Haiku
waarom zou ik nog
vooruitkijken als vandaag
een goede dag is?
vreugde en verdriet
een traan wil gevoeld worden
zijn als yin in yang.
je trekt je terug
in stille witte wereld
wachten en weten.
in stille witte
aarde keert leven terug
tot vruchtbeginsel.
ingevouwen blad
ligt klaar om uit te botten
seizoensarbeid!
groen waas vaagt zachtjes
zoekt vorm in talloos’ vormen
het gebeurt gewoon.
opstaan in eigen
kracht, geur je nieuw leven
in groene wording.
ik klief het hout, mijn
levensboom, ontvouw mijn diepste
wezen, het is goed.
Ineke Bierens
Meer lezen? Klik op Ineke.

mei 2025
Taal
Hoe zal ze later klinken
Wat is dan haar kleur?
Hoe diep zal ze gaan?
Zal ze raadselachtig zijn,
zuinig, mysterieus misschien.
Met potlood en papier wachten,
als met een glazen bol.
Weten van spraak
in de loop der jaren.
Een poging om wat
gonst te vangen.
Frida
Meer van Frida lezen? Klik op Frida.

mei 2025
Een huis als een rots
Een betonnen baan voert het land in
Stram de kozijnen
Als een puist de aanbouw
Blauw stijgt er rook op
Een cigaret gerold tussen bruine vingers
Hoog en strak zijn de ruimtes
Een schimmig tafereel op het zeil
Een kop lauwe koffie
Verre ogen kijkend het land in
Daar zit hij en telt z’n dagen
Poppendamme, februari 2025
Ontmantelen
Kasten leeg
Kopjes naar kringloop
Bedden bekeken, gekeurd en verwijderd
Nog een blik in de kasten
De vettige kookplaat
Koffie gedronken
Uit kopjes met barsten
En dan al die stoelen
Ik tel er zo twintig
En dan al die mensen
Die daar liepen en lagen
Eind van een tijdperk
Ons eeuwige jeugd
Poppendamme, april 2025
Klazien

februari 2025
Vulkaan (2)
Soms als de rookpluim dikker wordt
zie ik mezelf terug in Pompeï
bedolven door gloeiend as
verzengd tot een op mij lijkende leegte
om negentienhonderd jaar later te worden gevuld met gips
zodat toeristen een minuutje om mij kunnen huiveren
ren, fluisteren ze, schuil
maar niemand houdt zwijgend mijn hand vast.
Ante Hogeweg
Meer lezen? Klik op Ante.

oktober 2024
Onderstaand gedicht-met-foto is gemaakt door een deelnemer aan de online thuisworkshop Seizoenschrijven: Herfst.

Midwinter
bomen met gevallen bladeren
stammen stijf als een harnas
in een koud gelid
ooit vitaal, groen en vol groei
waar is het leven gebleven?
Heleen van Tilburg
Meer lezen? Klik op Heleen.
